Biografie
Al op
jonge leeftijd raakt Leo Glans gepassioneerd door de kunst
en ontstaat de vurige wens ooit portretschilder te worden.
In Paramaribo was hiervoor geen officiële opleiding. In
1929, hij is dan 18 jaar, reist hij van Suriname naar
Nederland om zijn droom te verwezenlijken. In vier jaar tijd
weet hij als eerste Surinamer de Rijksakademie van Beeldende
Kunsten met succes af te ronden. Na tien jaar schilderen
wordt Leo ziek en maakt het licht ten gevolge hiervan
langzaamaan plaats voor het duister: Leo Glans wordt blind.
Zorgvuldig verbergt hij zijn oeuvre voor de rest van de
wereld en gaat zich toeleggen op een nieuwe passie: het
verzamelen van kunst. Zijn vrouw, Anna Glans-Voorhoeve,
helpt hem door de werken te beschrijven, waarna Leo besluit
het al dan niet aan te kopen. Zo blijft hij, ook zonder te
kunnen zien, altijd even hartstochtelijk zijn leven wijden
aan de kunst.
|
| 1911 |
Op 11 april 1911 wordt Leo Hendriques Hugo Glans (roepnaam
Leo) geboren in Paramaribo (Suriname), als eerste zoon en
tweede kind van Cornelis Gustav Glans (1882-1954) en Helena
Bruijning (1889-1957). Leo Glans krijgt nog zes zusters en
één broer André Glans (1926-1999). |
| |
|
| 1924 |
Leo experimenteert met allerlei vormen van decoratie
zoals textiele werkvormen en handvaardigheid, sjabloneren,
batikken, schilderen op glas, brandschilderen, tekenen en
ontwerpen. Bij deze bezigheden wordt hij gestimuleerd door
Wim Bos Verschuur (1904-1985), die in Paramaribo een
meubelwerkplaats heeft waar hij zelf ontworpen meubels maakt.
|
| 1925 |
Leo gaat lessen volgen in het atelier van de Griekse
schilder John Pandellis, waar naar platen en stillevens
wordt geschilderd. Pandellis hanteert zelf een
impressionistische schilderwijze. Leo kopieert ook
schilderijen van Pandellis met boten, stillevens en
bloemstukken.
|
| 1927-1929 |
Wim
Bos Verschuur opent het atelier ‘Vincent van Gogh’ in de
Domineestraat, dat een ontmoetingsplaats wordt voor
kunstvrienden. Leo gaat bij Bos Verschuur teken- en
schilderlessen volgen en brengt ook daarbuiten veel tijd
door in het atelier. Hij schildert er bijbelse
voorstellingen naar reproducties en helpt Bos Verschuur bij
diens reclame- en decoratieopdrachten. Wim Bos Verschuur
vraagt een studiebeurs aan voor de akte
MO-tekenen aan
de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers in Amsterdam
en geeft Leo het programma van de Rijksakademie van
Beeldende Kunsten aldaar, met onder andere informatie over
het schilderen van portretten en naaktmodellen. Naar
aanleiding daarvan besluit Leo met Bos Verschuur mee te gaan
naar Amsterdam.
|
| |

Links Leo
Glans en rechts Wim Bos Verschuur
|
| 1929 |
In
augustus komt Leo met het stoomschip Nickerie van de
Koninklijke West-Indische Mail aan in Amsterdam. |
| |
Hij gaat
in de Van Kinsbergenstraat nr. 26 op kamers wonen bij de
familie Jonker, een Nederlandse katholieke familie. Leo
wordt volledig in het gezin opgenomen en krijgt door zijn
vriendschap met dochter Emmie en zoon Jan Jonker snel een
grote vriendenkring. Hij blijft er ruim vijf jaar wonen. Bij
deze familie heeft ook de Surinaamse schrijver Albert Helman
gewoond. |
| |
Hoewel de
inschrijvingstermijn al is verstreken, mag Leo na een
gesprek met de hoogleraar tekenen J.H. Jurres (1875-1946) en
het tonen van enkele werken, waaronder een kopie van een
Christuskop (ca.1640) naar Guido Reni (1575-1642), aan het
toelatingsexamen van de Rijksakademie deelnemen. Hij krijgt
een positief advies. Ter voorbereiding op de Rijksakademie
gaat Leo vijf dagen in de week bij de schilder, tekenaar en
graficus Jan Uri (1888-1969) in Amstelveen tekenlessen
volgen. Uri is leraar aan de Kunstnijverheidsschool
Quellinus in Amsterdam.

Jan Uri
|
| 1930 |
Leo meldt
zich aan voor het toelatingsexamen (29 september-2 oktober)
van de Rijksakademie. Hij slaagt en wordt toegelaten tot de
cursus 1930-1931. Een van de opdrachten was een stilleven
met een kist, een kralenketting, een kaarsenstandaard en
boeken. In oktober 1930 begint Leo aan zijn eerste jaar aan
de Rijksakademie. Zijn klas bestaat verder uit zeven
vrouwelijke (S.A.A. Aronson, Maura Blans, Fietje Geesink,
V.M.H. Horstman, Rie Knipscheer, Dorothea Kühnen en A. Meijs)
en twaalf mannelijke studenten (Wessel Couzijn, A. van
Eewijk, G.L. Furiacovics, August Grotegoed, Sem Hartz, J.
Kroon, Pieter Kuhn, Th. Meijer, Wim Oepts, A.C. van Santen,
Kurt Sluizer en R. Schuurman). |
| 1931-1932
|
Aan
het eind van het eerste studiejaar haalt Leo alle examens
met uitzondering van het examen ‘praktisch tekenen’, dat hij
voor de kerstvakantie moet overdoen. Hij mag echter wel naar
het tweede jaar. Leo wordt vrijgesteld van het herexamen,
nadat hij zijn leraren zijn tekening naar de ‘Piëta’ van Michelangelo heeft laten zien.

Pieta naar sculptuur van Michelangelo.
(zie Tekeningen)
Leo heeft inmiddels veel vrienden waar hij
veel uitstapjes mee maakt. In de zomervakanties gaan ze vaak
kamperen in o.a. Soestdijk, Blaricum en Schoorl.
|
| 1931-1932
|
Op 15
september 1931 richten Leo en zes van zijn vrienden de
sport- en ontspanningsvereniging “The Happy Scouts” op.

Het bestuur van "The Happy Scouts"
Leo: links boven.
In oktober 1931 begint Leo aan zijn tweede jaar van de
Rijksakademie. Hij slaagt voor het examen van de tweede
tekenklas en mag door naar de vakklas, de schilderklas. Hij
kiest voor de vrije schilderklas van prof. Hendrik Jan
Wolter (1873-1952) i.p.v. de monumentale schilderklas van
prof. Richard Roland Holst (1868-1938).
|
| 1933- 1934
|
Aan het einde van het vierde cursusjaar studeert Leo met
goed gevolg af op het schilderij ‘Violoncellist’. Hij
besluit nog een jaar op de akademie te blijven om zich voor
te bereiden op de wedstrijd voor de Prix de Rome van 1938.
Hij verhuist naar de Vossiusstraat, omdat hij een eigen
atelier wil met goed licht.
|
| 1934- 1935
|
In
het voorjaar krijgt Leo last van zijn enkel, die hij vaak
verzwikt. Van een speciale schoen krijgt hij een blaar die
gaat ontsteken. In september 1934 gaat hij hiervoor naar het
ziekenhuis en wordt er vier weken opgenomen. Dit was
waarschijnlijk de eerste uiting van het bestaan van lepra.
In maart /april 1935 verhuist hij naar de
Stadhouderskade nr. 114d,
waar hij een aquarel maakt van zijn eerste ‘eigen’ atelier.

Aquarel
van Leo's eerste atelier.
(zie ook pagina ("schilderijen").
Na enige tijd krijgt Leo weer last van zijn enkel en gaat
hij naar het ziekenhuis voor een operatie. In het ziekenhuis
ontmoet hij de leerling-verpleegster Anna Voorhoeve. Leo
wordt voor het eerst echt verliefd. De verliefdheid blijkt
wederzijds te zijn. Vanaf die tijd blijven zij bij elkaar.
|
| 1936- 1938
|
Na zijn traditionele opleiding begint Leo te experimenteren
met modernistische stromingen zoals kubisme en
expressionisme. In 1936 en 1937 schildert hij veel
stillevens, waaronder ook bloemstillevens. Tot en met 1938
zijn er gedateerde en gesigneerde schilderijen te traceren.
|
| 1940- 1945
|
Leo Glans
wordt na 1938, waarschijnlijk in het begin van de jaren
veertig, blind ten gevolge van lepra.
Voor Leo kwam het nieuwe medicijn Dapson, dat in 1948 op de
markt werd gebracht, te laat. Het medicijn heeft de
misvorming aan zijn handen en voeten niet kunnen stoppen
maar vermoedelijk wel vertraagd.
In de oorlogsjaren was er nauwelijks transport via schepen
en vliegtuigen van Suriname naar Nederland en omgekeerd. Er
was als gevolg daarvan geen contact mogelijk tussen Leo en
zijn ouders. Zij ontvingen pas na de oorlog een brief met de
slechte tijding over zijn blindheid. Leo’s vader heeft
vreselijk moeten huilen om de blindheid van zijn zoon. In de
families van Leo en Anna werd niet over zijn ziekte
gesproken. Het verschijnsel lepra was in die tijd nog taboe.
|
| 1946- 1980
|
Leo Glans en Anna Voorhoeve trouwen op 2 mei 1946 in
Amsterdam.
In november 1955 verhuizen Leo en Anna naar Wassenaar
(Deylerweg 18).
Leo en Anna leggen als gezamenlijke levensvervulling een
veelzijdige en waardevolle kunstcollectie aan.
In de jaren zestig wordt bij Leo Glans in het ziekenhuis
Westeinde in Den Haag een been geamputeerd.
Hij sterft op 9 oktober 1980 in hun woning in Wassenaar.
Anna Voorhoeve blijft in Wassenaar wonen en overlijdt op 6
februari 2000 in het ziekenhuis te Leidschendam.
|