|
Leo Glans is opgenomen
in de lexicon Nederlandse Beeldende Kunstenaars
1750-1950 door Pieter A. Scheen. In deze lexicon is de
"Cellist" (Olieverf op doek, 56x33 cm.) uit 1934 te
zien.
Binnenkort zullen
publicaties in diverse landelijke dagbladen en
kunsttijdschriften verschijnen.
Op deze pagina zullen wij hiervan melding maken.
Publicatie in MOKSI van mei/juni 2006.
De integrale inhoud van het artikel kunt U
hier vinden.
(Adobe Acrobat benodigd, 2,73 Mb download!) Publicatie in het Parool van 10
oktober 2005.
|
Amsterdam, maandag 10 oktober 2005 |
|
Frenk vertelt het............
Frenk vertelt het verhaal van
Leo Glans de blinde Bleef zich met beeldende kunst
bemoeien. LAMGESLAGEN hing ik voor de televisie.
Tienduizenden doden in Pakistan en India, een oplaaiende
burgeroorlog in de regio Darfour in Soedan, talloze
straatarme Afrikanen op drift in de woestijn. Ja, de
mensheid was weer lekker bezig. Het werd me droef te
moede en ik had het gevoel dat alleen een mooi verhaal
de zondag nog kon redden.
Ik dacht meteen aan
Leo Glans, de Surinaamse schilder over wie ik in het Tropenmuseum
een kleine maar wonderschone expositie had gezien. De
tentoonstelling heette Licht en Duisternis en dat was
goed gevonden, want Glans (1911-1980) werd al op jonge
leeftijd door het noodlot getroffen. Hij was de eerste
Surinamer die de Rijksacademie van Beeldende Kunsten had
doorlopen en was voorbestemd een groot kunstschilder te
worden, maar enkele jaren na zijn examen verloor hij als
gevolg van lepra zijn gezichtsvermogen.
Zijn werk verhuisde naar zolder en bleef daar tientallen
jaren liggen, totdat zijn weduwe, Anna Glans-Voorhoeve,
de nalatenschap onderbracht in de Stichting Kunstwerken
Leo Glans. Een comité van aanbeveling met onder anderen actrice
Gerda Havertong, zangeres Denise Jannah, cabaretier
Jörgen Raymann, beeldhouwer Erwin de Vries en
voetbaltrainer Frank Rijkaard helpt mee de herinnering
aan Glans levend te houden.
Leo Hendriques Hugo Glans werd geboren in Paramaribo in
een gegoede, Creoolse middenstandsfamilie. Al jong gaf
hij blijk van zijn talent maar in Suriname bestond
destijds nog geen kunstopleiding, en in 1929 -Glans was
toen achttien jaar oud- vertrok hij met het stoomschip
Nickerie van de West-Indische Mail naar Amsterdam. Hij
werd opgenomen in het gezin van de familie Jonker aan de
Van Kinsbergenstraat, waar later ook de Surinaamse
schrijver Albert Helman onderdak vond, en meldde zich
aan bij de Rijksacademie. Na één jaar tekenles deed hij
met succes toelatingsexamen -Wessel Couzijn werd een van
zijn klasgenoten- en vier jaar later studeerde hij al
af.
Glans integreerde moeiteloos in de Nederlandse
samenleving dankzij het onderwijs van de fraters van
Tilburg in Paramaribo ('Vlokjes, vlokjes, valt maar
neer! Komt maar van den Lieven Heer!') en de
handelscontacten van zijn vader. Na de academie bleef
hij dan ook hier om zich verder te ontwikkelen. Hij
experimenteerde met diverse stijlen maar juist toen hij
zijn eigen weg begon te vinden, werd hij blind als
gevolg van het lepravirus waarmee hij in Suriname besmet
was geraakt. In 1938, nog geen tien jaar nadat hij het
penseel ter hand had genomen, schilderde hij zijn
laatste doek: een bananenplantage met op de achtergrond
het warme licht van de ondergaande zon.
Van zijn oeuvre zijn 63 olieverfschilderijen, 35
aquarellen en gemengde technieken en 149 tekening
bewaard gebleven. De mooiste werken zijn nu in het
Tropenmuseum te zien: (zelf)portretten, naaktstudies,
stillevens en landschappen. En hoewel ik mezelf geen
kunstkenner acht, zag ik wel dat Glans over een
uitzonderlijk, technisch begaafd talent beschikte.
Vooral zijn naar het impressionisme neigende werken
mochten er zijn. En ik vroeg me af wat er van deze
jongen terecht gekomen zou zijn als hij het licht in
zijn ogen niet was kwijtgeraakt.
Hij moet in ieder geval een gepassioneerd man zijn
geweest, want ook nadat hij blind was geworden bleef
Glans zich als verzamelaar met beeldende kunst
bezighouden. Hij liet zijn vrouw een zeer gedetailleerde
beschrijving van een kunstwerk geven en besloot op basis
daarvan of het in zijn collectie paste. Glans overleed
in 1980 in zijn woning in Wassenaar; zijn vrouw voegde
zich twintig jaar later bij hem.
Ter gelegenheid van de expositie, die tot 8 januari in
het Tropenmuseum is te zien, heeft de stichting die de
nalatenschap van Glans beheert, een monografie
uitgegeven. Ik bladerde door de afbeeldingen van zijn
werk en vergat op slag de ellende van alledag. Ik sloeg
het boek dicht en zuchtte. Wat een leven, wat een
tragiek.
Leo Glans,
onthoud die naam.
FRENK DER NEDERLANDEN
e-mail: frenk@parool.nl
|